Tennis
Padel
Tennis
Padel

Column - De gevoelige snaar

Tennisexpert Filip Dewulf kruipt voor ons in zijn pen in deze maandelijkse tenniscolumn! In zijn eigen carrière durfde hij al wel eens de bal misslaan, maar met ‘De gevoelige snaar' wil Filip Dewulf vooral kort op de bal spelen om het tenniswereldje te becommentariëren en, als het kan, een gevoelige snaar raken. Voor liefhebbers van waardeloze weetjes en wazige woordspelingen. En van tennis, de (zogezegd) mooiste sport ter wereld natuurlijk!

Enjoy!

Coach van de coaches (13/03/2024)

En training geven, of coachen, heb je dat nooit gedaan?” Naast de opmerking dat mensen hun examens hebben gerateerd door in 1997 naar de halve finale op Roland Garros te kijken, is dat de vraag die ze ons het meest stelden na onze carrière. Telkens hebben we de geïnteresseerden moeten teleurstellen. “We zouden niet weten hoe dat moet”, was dan meestal het standaardantwoord. Wij konden wel (vrij onorthodox) tennissen, maar dat wil nog niet zeggen dat we alle machinaties erachter volledig snapten, laat staan konden uitleggen. Voor ons voelden bepaalde zaken ‘natuurlijk’ en logisch aan, maar of dat allemaal volgens de regels van de kunst was, is een andere kwestie. We zouden natuurlijk wel ergens (tactisch) advies of een interpretatie kunnen geven van wat mogelijks een fatsoenlijke slag tegen een bal is, maar dat lijkt ons ruimschoots onvoldoende om het beste uit een speler te halen.
 
We kregen onderweg wel eens voorstellen om jeugdige deugnieten te trainen, maar zijn daar nooit op ingegaan. We weten ook niet of we die emotionele druk en stress zouden aankunnen. Hadden we bijvoorbeeld ooit onszelf moeten coachen, dan was daar een clash van gekomen die in de annalen van de internationale sportgeschiedenis een volledig hoofdstuk had gekregen. Als coach ben je totaal afhankelijk van je speler die een slechte dag, een goede tegenstander, een relatieprobleem, een zonneslag, slecht slapende kinderen, een windallergie, een kater, een vertrouwenscrisis, te hoge verwachtingen, ouderlijke druk, financiële zorgen, vliegangst, verzwegen blessures of geen goesting kan hebben. Net als wij vroeger kan hij/zij al die ballast tijdens een wedstrijd bij de coach in de spelersbox dumpen. Ook Andy Murray heeft zo’n uitlaatklep nodig om die stoom uit de oren in één richting te kanaliseren. Wij weten heel goed hoeveel verkeerde woorden, gestes of gelaatsuitdrukkingen we ooit richting onze entourage hebben gestuurd. Puur uit onrust in het hoofd. Dat deel je dan met de mensen die je ergens mee in die situatie, met die voorbereiding en tactiek, hebben gebracht. Gedeelde smart. De meeste spelers verliezen op een jaar meer dan dat ze winnen. De meeste coaches ook. 

We moesten er maandagnacht rond 1u aan denken toen Elise Mertens in de Indian Wells na een lelijke match die mooie zege op Naomi Osaka liet optekenen. Haar coach/vriend, Christopher Heyman, was na afloop tot tranen toe bewogen door dat succes. Schoon om te zien en nogmaals onderstrepend hoe belastend die taak van begeleider is. Niet dat de prestaties van de Hamontse slecht waren sinds de aanstelling van de Kempenaar eind vorige zomer – nummer één van de wereld in het dubbelspel, een grandslamtitel, een WTA-zege, nog steeds rond de top 25 in het enkelspel – maar vanwege zijn geringe ervaring werd bij elk minder moment wel een kanttekening geplaatst. Als je dan zo’n wereldwijd klinkende overwinning kan meepakken, dan doet dat iets met een mens. Zeker ook als er nog eens een match in de match werd gespeeld tussen de coaches. In de andere box zat immers Wim Fissette, waarschijnlijk de beste en zonder twijfel de meest succesvolle Belgische trainer op het circuit. Dat Osaka dan achteraf verklaart dat ze verrast was door de agressieve aanpak van Mertens in het begin van de wedstrijd en de verbeterde snelheid van haar service, is dat toch een pluimpje op de pet van Heyman. Chapeau.
 
Fissette had vorig jaar nog voor consternatie op het damescircuit gezorgd door zijn contract met het Chinese supertalent Qinwen Zheng op te zeggen en opnieuw in zee te gaan met de Japanse Osaka. Zeker in China konden ze daar niet mee lachen, terwijl er zoveel spelers hun coach op straat zetten als het even niet botert of ze een betere deal krijgen voorgeschoteld. Elke winter is dat weer een carrousel waar zelfs de voetbalmarkt stilaan jaloers op wordt. Maar andersom ligt het duidelijk veel gevoeliger. En misschien ligt daar wel een jobopportuniteit voor ons: coach van de coaches worden. In deze tijden dat je zelfs in de meest banale activiteit gecoacht kan worden, is dat nog een gat in de markt! Wij weten wat een ‘pain in the ass’ een speler kan zijn, wij kennen het milieu, wij voelen de emoties, wij kunnen de druk relativeren. En als we dan de vraag krijgen of we nog iets doen in het tennismilieu, kunnen we tenminste het winnende antwoord geven: “Ja, we coachen…”.